Roofvogels

Coördinatie: Raymond van Breemen
E-mail:  roofvogels@westbrabantsevwg.nl
 
Huidig aantal deelnemers: 10  (+ 17 tellers decembertelling)
Nieuwe deelnemers zijn welkom voor de wintertellingen.
Er is keuze tussen een eenmalige telling in West Brabant in december (waarbij onervaren vogelaars kunnen aansluiten bij ervaren tellers) of een maandelijkse telling van september tot en met maart in het beemdengebied van de Mark (waarvoor het zelfstandig kunnen determineren van roofvogels dringend gewenst is).
Er wordt nauw samengewerkt met de Vlieghaai, een natuurvereniging die actief is op Vliegbasis Gilze Rijen.
                                     
Doel:
Het doen van verspreiding- en broedbiologisch onderzoek aan roofvogels.
Een bijdrage leveren aan roofvogelbescherming door het geven van voorlichting en educatie (o.a. excursies) en door alert te zijn op en waar mogelijk op te treden tegen vervolging en overige bedreigingen.
 
Werkwijze:  
Tijdens de wintertellingen worden vaste telgebieden per fiets of auto doorkruist. Regelmatig wordt gestopt en wordt met verrekijker en telescoop gezocht naar aanwezige roofvogels. Deze worden vervolgens op kaarten ingetekend.
In voorjaar en zomer wordt actief naar nesten gespeurd (de enige betrouwbare methode om het aantal roofvogelbroedparen vast te stellen). Om verstoring tot een minimum te beperken wordt gewerkt volgens de methode als beschreven in de Handleiding veldonderzoek roofvogels (Bijlsma 1997, KNNV uitgeverij, Utrecht). Van een aantal nesten worden broedbiologische gegevens verzameld door de jongen te meten en te wegen, waarna ze van een ring worden voorzien. Zo verkrijgen we inzicht in de conditie, de overleving en de dispersie van de vogels. Alle gegevens worden verzameld op nestkaarten ten behoeve van SOVON en de Werkgroep Roofvogels Nederland (WRN).

 

 


Bruine Kiekendief © Nick Janssen

 

Werkgebied:
Van september tot en met maart worden overwinterende roofvogels geteld in het beemdengebied van de Mark tussen de spoorlijn Oudenbosch Zevenbergen en de A16. Wanneer er zich meer actieve leden aanmelden, dan kan het gebied eventueel in oostelijke richting worden uitgebreid. In december tellen we roofvogels in een groot deel van West Brabant, met name in de zeeklei- en laagveenregio.
Van maart tot augustus inventariseren we broedende roofvogels in een gebied ten noorden van Etten-Leur: Zwartenbergse Polder, Haagse Dijk/Strijpen, de Berk, de Hooiberg en de Oostpolder. Veelal betreft het hier Staatsbosbeheerterreinen. Enkele percelen zijn in bezit van de gemeente Breda en een aantal dijken zijn eigendom van het waterschap.
 
Geboekte resultaten:
Vanaf 2005 zijn jaarlijks overwinterende roofvogels geteld in de noord westhoek van onze provincie. Deze tellingen worden uitgevoerd door circa 20 personen. De resultaten zijn steeds in het Hupke gepubliceerd.
Broedroofvogels worden vanaf 2009 geïnventariseerd. Van de resultaten wordt een verslag gemaakt dat we verspreiden onder de terreinbeheerders, de WRN, SOVON en de tellers.
In 2009 is op de luchtmachttoren een nestkast voor Slechtvalken geplaatst en in het buitengebied van Breda zijn diverse Torenvalkkasten opgehangen. Van deze laatste wordt goed gebruik gemaakt. Bij de Slechtvalkenkast worden wel af en toe Slechtvalken waargenomen maar er is tot op heden nog niet in gebroed.

 


Roofvogelwerkgroep in actie

^ Naar boven