De Merel bedreigd !

 

Het Usutuvirus.

De Merel wordt bedreigd door het Usutuvirus. Wat is dit voor een virus. Het Usutuvirus is een virus van het geslacht flavivirus en verwant aan het Japanse Encephalitis virus en het West-Nijl virus. Het is afkomstig uit Afrika, en de naam is afgeleid van een rivier in Swaziland. Het Usutuvirus wordt voornamelijk overgedragen door de steekmuggen van het geslacht Culex. Het virus komt ook voor in de eieren en larven van de muggen. Aangenomen wordt dat het virus is verspreid door geïnfecteerde trekvogels. Een andere mogelijkheid is dat het is verspreid door muggen die een directe toegang, b.v. via een vliegtuig, hadden tot de tot nu toe besmette gebieden. In 1996 is het virus voor het eerst aangetroffen in Europa. In 2001 vond in Wenen, Oostenrijk, een grote uitbraak plaats veel en gingen Merels dood. Daarna is het ook in andere landen vastgesteld, o.a. Hongarije (2005), Zwitserland (2006), Italië, Spanje en Kroatië. In september 2011 werd het virus vastgesteld bij een dode Merel uit Birkenau in Hessen door het Bernhard Nocht Instituut voor Tropische Geneeskunde in Hamburg. Enkele dagen later trof het Friedrich-Loeffler-Institut het virus aan bij dode Merels uit Mannheim en Dossenheim. Uitbraken van het virus werden onlangs gemeld uit de aan ons land grenzende Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen. De meest recente informatie gaat uit van de veronderstelling dat de geïnfecteerde exotische muggen samen met goederen in Duitsland terecht zijn gekomen. Het Usutuvirus is echter niet uitsluitend afhankelijk van exotische muggen als gastheer, het wordt ook overgedragen door inheemse muggensoorten. Vogels en zoogdieren die zijn gestoken door een besmette exotische mug dragen het virus over op een inheemse mug, als ze door dat insect worden gestoken. Deze mug kan het virus dan weer verder verspreiden.

 

Hoe dodelijk is het Usutuvirus?

Het virus veroorzaakt een infectie bij vogels en zoogdieren. Vooral zangvogels zijn bevattelijk voor het virus. Het is al aangetroffen bij bijna vijftig verschillende soorten zoals de Pimpelmees, Koolmees, Huismus, Zanglijster en Boomklever. Maar het lijkt tot nu toe vooral fataal voor Merels en in gevangenschap levende Laplanduilen. Vooral in Duitsland eiste het virus een hoge tol. Naar schatting werden 300.000 Merels van de 9 miljoen Merels in Duitsland dodelijk getroffen. In sommige wijken was bijna geen Merel meer te vinden. Na ongeveer 4 jaar was de merelstand in Duitsland weer hersteld. De vogels waren immuun geworden en er was nieuwe aanwas van jonge Merels. Bij een Merel die besmet is met het Usutvirus zijn de symptomen doorgaans eenvoudig te herkennen. De Merel ziet er ongezond, verzwakt en sterk vermagerd uit, ook al is er een overvloed aan voedsel. Vaak zijn ze apathisch, hebben ze een slordig verenkleed en vertonen ze evenwichtsstoornissen. Ze zijn eenvoudig te vangen, omdat ze moeilijk wegvliegen. Na twee tot drie dagen zijn ze dood. De verwachting is dat Merels uiteindelijk immuniteit tegen het virus zullen ontwikkelen.

 

Is het Usutuvirus gevaarlijk voor de mens?
Het virus is relatief onschuldig voor mensen. In het najaar van 2009 is het virus voor de eerste keer vastgesteld bij mensen in Italië. Twee mensen met een zwak immuunsysteem overleden door een hersenvliesontsteking. Bij een man werd in een bloedmonster het virus aangetroffen maar hij vertoonde geen ziekteverschijnselen. Voor mensen met een goed immuunsysteem is het virus niet gevaarlijk. Bij een besmetting kan lichte koorts, hoofdpijn of huiduitslag optreden en in het ergste geval dus een hersenvliesontsteking.

 

Het Usutuvirus in Nederland.
De viroloog Chantal Reuskens van het Erasmus MC heeft de besmetting met het virus eind augustus vastgesteld voor Nederland. Volgens Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) zijn er sinds augustus tot nu toe meer dan 40 meldingen van dode vogels (22-9-2016). De meldingen kwamen met name vanuit Brabant, Gelderland en Limburg. Het virus is vooral actief tijdens zacht weer. Met de naderende winter is de kans klein dat het virus zich dit jaar nog snel zal verspreiden. Maar dat het virus in Nederland is binnengedrongen staat vast. Dit kan grote gevolgen hebben voor het aantal Merels in ons land. Van het door SOVON in 2002 geschatte aantal paren (900.000-1,2 miljoen) zal waarschijnlijk maar een derde overblijven. Van de 2749 Bredase broedparen (2008) blijven er dan waarschijnlijk zo’n 800 over. Een forse achteruitgang voor de nu meest algemene broedvogel van Nederland. Alles wijst er op dat het Usutuvirus ons land heeft bereikt en hier, net als in andere landen ook zal blijven. De Vlaamse natuurorganisatie Natuurpunt meldde dat het virus België ook heeft bereikt. Er zijn meldingen van een verhoogde sterfte onder Merels. Ook daar geldt dat het bijna zeker is dat het virus is binnengedrongen en er zal blijven. In Nederland is het virus ook gevonden bij twee levende Merels. De Merels werden in het voorjaar gevangen voor een monsterafname door het Vogeltrekstation NIOO-KNAW en Erasmus MC. Dit voor een studie naar het voorkomen van zogenaamde zoönotische* virussen bij wilde vogels in Nederland. De Merels bleken het virus al bij zich te dragen. Er bestaat geen vaccin tegen het Usutu Virus. De omstandigheden voor het virus en voor de muggen zijn goed als het warme en droge nazomer weer voortduurt. Ook in Duitsland stak het virus juist deze weken na enkele rustige jaren weer de kop op.

 

Dode Merels melden.
Indien u een (verse) dode Merel vindt meldt dit dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) in Utrecht. Dit kan tijdens kantooruren via 030-2537925, of via een meldingsformulier op dwhc@uu.nl of via het meldingsformulier van DWHC op de Sovon site. Het DWHC beslist per melding of de gevonden vogel wordt onderzocht. Een besmetting moet namelijk binnen 24 uur opgespoord worden. Het beste kunt u de dode vogel met een plastic zakje oppakken en de vogel zolang in de koelkast bewaren.

 

*Zoönotisch: een bij dieren voorkomend virus dat kan overgaan op mensen.


Hans van der Sanden (september 2016)

 

^ Naar boven